Art. 9 Verordening (EEG) nr. 3820/85

Verordening (EEG) nr. 3820/85

In afwijking van artikel 8, lid 1, kan, ingeval een bestuurder in het goederen- of personenvervoer een voertuig begeleidt dat per veerboot of trein wordt vervoerd, een dagelijkse rusttijd éénmaal worden onderbroken, voor zover aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

- het gedeelte van de dagelijkse rusttijd dat op het land wordt genoten, moet kunnen liggen vóór of na het gedeelte van de dagelijkse rusttijd dat aan boord van een veerboot of in een trein wordt genoten;

- de periode tussen de twee gedeelten van de dagelijkse rusttijd moet zo kort mogelijk zijn en mag in geen geval langer zijn dan 1 uur vóór de inscheping/inlading of na de ontscheping/uitlading, waarbij de douaneformaliteiten tot de inscheping/inlading of de ontscheping/uitlading worden gerekend;

- tijdens de twee gedeelten van de dagelijkse rusttijd moet de bestuurder kunnen beschikken over een bed of slaapbank.

De aldus onderbroken dagelijkse rusttijd wordt met 2 uur verlengd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen