Art. 4 Verordening (EEG) nr. 3820/85

Verordening (EEG) nr. 3820/85

Deze verordening is niet van toepassing op vervoer met:

1. voertuigen die bestemd zijn voor het goederenvervoer en waarvan het toegestane maximumgewicht, dat van de aanhangwagens of opleggers inbegrepen, niet meer dan 3,5 ton bedraagt;

2. voertuigen die bestemd zijn voor het personenvervoer en die volgens hun bouwtype en uitrusting ten hoogste negen personen, de bestuurder daaronder begrepen, kunnen vervoeren en die daartoe zijn bestemd;

3. voertuigen die bestemd zijn voor het geregeld personenvervoer waarvan de lengte van het traject niet groter is dan 50 kilometer;

4. voertuigen waarvan de toegestane maximumsnelheid niet meer dan 30 km per uur bedraagt;

5. voertuigen van of onder toezicht van strijdkrachten, bescherming burgerbevolking, brandweer en korpsen voor de handhaving van de openbare orde;

6. voertuigen van de rioleringsdiensten, de diensten ter bescherming tegen overstromingen, of van de diensten van de water-, gas- en elektriciteitsvoorziening, de gemeentereiniging, de vuilnisophaling, de telegraaf en telefoon, de postzendingen, de radio-omroep, de televisie en de opsporing van radio- en televisiezend- en ontvangtoestellen;

7. voertuigen die gebruikt worden in noodsituaties of voor reddingsoperaties;

8. speciaal voor medische doeleinden uitgeruste voertuigen;

9. voertuigen voor het vervoer van circus- of kermismateriaal;

10. voertuigen die speciaal zijn uitgerust voor reparaties en wegslepen;

11. voertuigen die op de weg worden beproefd met het oog op de technische ontwikkeling, reparatie of onderhoud, en nieuwe of vernieuwde voertuigen die nog niet in gebruik zijn genomen;

12. voertuigen die worden gebruikt voor niet-commercieel goederenvervoer voor privé-doeleinden;

13. voertuigen voor het ophalen van melk op de boerderijen en het terugbrengen van melkbussen of zuivelprodukten voor de veevoeding naar de boerderijen.