Conclusie A-G Vellinga 14 september 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM8027

1. Vertegenwoordiging van verdachte rechtspersoon t.t.z. Klacht over verstekverlening door het Hof. HR: Ingevolge art. 528.1 Sv wordt, indien tegen een rechtspersoon een strafvervolging wordt ingesteld, de rechtspersoon vertegenwoordigd door de bestuurder of, indien er meer bestuurders zijn, door één van hen. De vertegenwoordiger kan bij gemachtigde verschijnen. Nu het Hof geen blijk ervan heeft gegeven te hebben onderzocht of de gemachtigde van de bestuurder(s) was verschenen, is het oordeel van het Hof dat de verdachte niet t.t.z. was vertegenwoordigd en dientengevolge ook ’s Hofs beslissing tot verstekverlening ontoereikend gemotiveerd. 2. Klacht over de verwerping van het verweer dat overtredingen van art. 5:12.2 Arbeidstijdenwet gepleegd vóór 1 juni 2005 geen strafbare feiten, maar beboetbare feiten zijn. HR doet deze klacht af met 81 RO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen