Art. 14 Verordening (EEG) nr. 3820/85

Verordening (EEG) nr. 3820/85

1. In onderstaande gevallen worden door de onderneming een dienstregeling en een dienstrooster opgesteld:

- binnenlands geregeld personenvervoer;

- internationaal geregeld personenvervoer, indien het begin- en het eindpunt van de lijn zich bevinden binnen een straal van 50 km in vogelvlucht van een grens tussen twee Lid-Staten, en indien het traject niet langer is dan 100 km.

waarop deze verordening van toepassing is.

2. Het dienstrooster moet voor iedere bestuurder de naam, de standplaats alsmede het vooraf vastgestelde rooster bevatten van de verschillende rijtijden, de overige werktijden en de beschikbaarheid.

3. Het dienstrooster moet alle in lid 2 genoemde gegevens bevatten voor een periode die, naast de lopende week, ten minste ook de voorgaande en de volgende week omvat.

4. Het dienstrooster moet worden getekend door het hoofd van de onderneming of diens gevolmachtigde.

5. Iedere bestuurder van een voertuig dat een in lid 1 bedoelde dienst onderhoudt, moet een uittreksel uit het dienstrooster en een afschrift van de dienstregeling bij zich hebben.

6. Het dienstrooster moet na afloop van de betrokken periode gedurende één jaar door de onderneming worden bewaard. Zij verstrekt de betrokken bestuurders op verzoek een uittreksel uit het rooster.

7. Dit artikel is niet van toepassing waanneer de bestuurders een controleapparaat gebruiken dat wordt gebruikt overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (1).