Art. 20 Verordening (EEG) nr. 1999/85
1. Onder voorbehoud van lid 2 en van artikel 21 wordt, wanneer een douaneschuld ontstaat, het bedrag van deze schuld vastgesteld aan de hand van de heffingsgrondslagen die voor de invoergoederen gelden op het tijdstip dat de aangifte betreffende de plaatsing van deze goederen onder de regeling actieve veredeling is aanvaard.
2. Wanneer de invoergoederen op het in lid 1 bedoelde tijdstip voldeden aan de voorwaarden om in het kader van tariefcontingenten of tariefplafonds in aanmerking te komen voor een preferentiële tariefbehandeling, kunnen deze goederen in aanmerking komen voor de preferentiële tariefbehandeling die voor soortgelijke goederen mocht gelden op het tijdstip waarop de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen is aanvaard.