Art. 15 Verordening (EEG) nr. 1999/85
1. Onverminderd het bepaalde in lid 2, stelt de douaneautoriteit de opbrengst van de handeling vast of, eventueel, de wijze waarop deze opbrengst wordt vastgesteld. Deze opbrengst wordt vastgesteld op basis van de werkelijke omstandigheden waaronder de veredelingshandeling plaatsvindt of zal plaatsvinden.
2. Wanneer de omstandigheden zulks rechtvaardigen en met name wanneer het veredelingshandelingen betreft die van oudsher onder duidelijk omschreven technische voorwaarden verlopen, die betrekking hebben op goederen met vrijwel constante eigenschappen en waardoor veredelingsprodukten van constante kwaliteit worden verkregen, kunnen volgens de procedure van artikel 31, leden 2 en 3, forfaitaire opbrengstpercentages worden vastgesteld op basis van eerder geconstateerde feitelijke gegevens.