Art. 21 Verordening (EEG) nr. 1999/85

Verordening (EEG) nr. 1999/85

1. In afwijking van artikel 20, lid 1:

a) worden de veredelingsprodukten onderworpen aan de voor deze produkten geldende rechten bij invoer indien:

- zij in het vrije verkeer worden gebracht en voorkomen op de volgens de procedure van artikel 31, leden 2 en 3, vastgestelde lijst, en voor zover zij proportioneel overeenstemmen met het uitgevoerde gedeelte van de niet op die lijst vermelde veredelingsprodukten. De houder van de vergunning kan evenwel vragen dat die produkten worden belast overeenkomstig de voorwaarden van artikel 20;

- zij zijn onderworpen aan in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ingevoerde belastingen, en volgens de procedure van artikel 31, leden 2 en 3, vastgestelde bepalingen daarin voorzien;

b) zij, na in een vrije zone of onder een van de in artikel 18, lid 2, onderdelen a), b) of d), bedoelde douaneregelingen te zijn geplaatst, onderworpen zijn aan rechten bij invoer die zijn vastgesteld volgens de voorschriften die gelden voor vrije zones of in het kader van de betrokken douaneregeling.

Toch

- kan de belanghebbende verzoeken om belastingheffing overeenkomstig artikel 20;

- moet het bedrag van de rechten bij invoer in de gevallen bedoeld in artikel 18, lid 2, onderdelen a) en b), ten minste gelijk zijn aan het bedrag dat volgens artikel 20 is vastgesteld;

c) kunnen de veredelingsprodukten worden onderworpen aan de heffingregels welke zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 2763/83 van de Raad van 26 september 1983 inzake de regeling volgens welke goederen onder douanetoezicht kunnen worden behandeld alvorens zij in het vrije verkeer worden gebracht (1), indien de invoergoederen onder die regeling hadden kunnen worden geplaatst;

d) komen de veredelingsprodukten vanwege hun bijzondere bestemming in aanmerking voor een gunstige tariefregeling, wanneer een dergelijke regeling voor identieke ingevoerde goederen geldt;

e) worden de veredelingsprodukten met vrijstelling van rechten bij invoer toegelaten wanneer Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen voor soortgelijke ingevoerde goederen in een dergelijke vrijstelling voorziet (2).

2. De resten en de afvallen bedoeld in artikel 18, lid 2, onderdeel e) zijn, wanneer ze in het vrije verkeer worden gebracht, onderworpen aan de daarop van toepassing zijnde rechten bij invoer.

Vorige artikelen

Volgende artikelen