Art. 5
1. De bevoegde autoriteiten kunnen niet tot navordering overgaan wanneer het bedrag van de rechten bij invoer of bij uitvoer ten aanzien waarvan achteraf wordt geconstateerd dat het lager is dan het wettelijk verschuldigde bedrag , is berekend :
- hetzij op basis van gegevens die de bevoegde autoriteiten zelf hebben verstrekt en laatstgenoemden binden ;
- hetzij op basis van algemene bepalingen die later bij een rechterlijke beslissing ongeldig worden verklaard .
2. De bevoegde autoriteiten behoeven niet over te gaan tot navordering van het bedrag van de rechten bij invoer of bij uitvoer dat niet is geheven ten gevolge van een vergissing van de bevoegde autoriteiten zelf die de belastingschuldige redelijkerwijze niet kon ontdekken , waarbij deze laatste zijnerzijds te goeder trouw heeft gehandeld en voldaan heeft aan alle voorschriften van de geldende regeling inzake de douaneaangifte .
De gevallen waarin het bepaalde in de eerste alinea kan worden toegepast , worden vastgesteld overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen die zijn vastgesteld volgens de procedure van artikel 10 .
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 17 april 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AK3534
- Conclusie A-G Ettema 17 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1042
- Conclusie A-G Ettema 17 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1041
- Conclusie A-G VAN HILTEN 25 september 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BD4373
- Conclusie A-G VAN HILTEN 25 september 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BD4432
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 10 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AW2191
- Conclusie A-G Overgaauw 21 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8531
- Hof Amsterdam 19 juni 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AJ0464
- Hof Amsterdam 18 september 2001, ECLI:NL:GHAMS:2001:AI5658
- CBb 9 september 2005, ECLI:NL:CBB:2005:AU2841