Art. 2
1. Wanneer de bevoegde autoriteiten constateren dat het gehele of gedeeltelijke bedrag van de rechten bij invoer of bij uitvoer dat wettelijk verschuldigd is voor een goed dat is aangegeven voor een douaneregeling waaruit de verplichting tot betaling van dergelijke rechten voortvloeide , niet van de belastingschuldige is opgeëist , leiden zijn een procedure in tot navordering van de niet-geheven rechten .
Deze procedure kan echter niet meer worden ingeleid na een termijn van drie jaar vanaf de dag waarop het oorspronkelijk van de belastingschuldige opgeëiste bedrag is geboekt , of , indien geen boeking heeft plaatsgevonden , vanaf de dag waarop de douaneschuld ter zake van het betrokken goed is ontstaan .
2. De procedure tot navordering in de zin van lid 1 wordt ingeleid door kennisgeving aan de betrokkene van het bedrag van de rechten bij invoer of bij uitvoer dat hij verschuldigd is .
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G De Wit 29 mei 2009, ECLI:NL:PHR:2009:AZ5453
- Conclusie A-G De Wit 17 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AP5952
- Hof Amsterdam 24 augustus 1999, ECLI:NL:GHAMS:1999:AK4855
- Hof Amsterdam 23 maart 1999, ECLI:NL:GHAMS:1999:AK4842
- CBb 3 december 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AO1940
- CBb 3 december 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AO1935
- CBb 3 december 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AO1932
- CBb 3 december 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AO1931
- CBb 3 december 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AO1929
- CBb 3 december 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AO1928
- CBb 3 december 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AO1925
- CBb 3 december 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AO1924
- CBb 1 augustus 2001, ECLI:NL:CBB:2001:AB3263