Art. 24 Eerste Richtlijn 79/267/EEG
1. Indien een onderneming zich niet voegt naar de bepalingen van artikel 17 , kan de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat op wiens grondgebied zij werkzaam is , na de toezichthoudende autoriteiten van de Lid-Staat waar het hoofdkantoor is gevestigd van haar voornemen op de hoogte te hebben gesteld , haar de vrije beschikking over de in deze Lid-Staat gelokaliseerde activa verbieden .
2. Met het oog op het herstel van de financiële positie van een onderneming waarvan de solvabiliteitsmarge niet meer het in artikel 19 voorgeschreven minimum bereikt , eist de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat waar het hoofdkantoor is gevestigd een saneringsplan dat aan haar goedkeuring moet worden onderworpen .
3. Indien de solvabiliteitsmarge niet meer het in artikel 20 omschreven garantiefonds bereikt , of indien dit fonds niet meer is gevormd overeenkomstig voornoemd artikel , eist de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat waar het hoofdkantoor is gevestigd van de onderneming een plan inzake financiering op korte termijn dat aan haar goedkeuring moet worden onderworpen .
Voorts kan zij de vrije beschikking over de activa van de onderneming beperken of verbieden . Zij stelt hiervan de autoriteiten op de hoogte van de Lid-Staten op wier grondgebied deze onderneming eveneens is toegelaten ; deze treffen op haar verzoek dezelfde maatregelen .
4. In de in de leden 1 en 3 vermelde gevallen kunnen de bevoegde toezichthoudende autoriteiten voorts alle maatregelen treffen om de belangen van de verzekerden te beschermen .
5. De toezichthoudende autoriteiten van de Lid-Staten op wier grondgebied de betrokken onderneming eveneens is toegelaten , werken samen bij de uitvoering van de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde maatregelen .