Art. 29 Eerste Richtlijn 79/267/EEG
1. Iedere Lid-Staat verplicht de op zijn grondgebied opgerichte agentschappen of bijkantoren over een solvabiliteitsmarge te beschikken die bestaat uit de in artikel 18 genoemde bestanddelen . Het minimum van de marge wordt berekend overeenkomstig artikel 19 . Voor deze berekening worden uitsluitend de verrichtingen van het agentschap of het bijkantoor in aanmerking genomen .
2. Het garantiefonds bestaat uit een derde deel van het minimum van de solvabiliteitsmarge .
Het bedrag van dit fonds mag echter niet kleiner zijn dan de helft van het in artikel 20 , lid 2 , sub a ) , bedoelde minimum . Het in artikel 27 , lid 2 , sub e ) , bedoelde aanvangsdepot wordt daartoe gerekend .
Het garantiefonds en het minimum van dit fonds worden gevormd overeenkomstig artikel 20 .
3. De activa die tegenover het minimum van de solvabiliteitsmarge staan , moeten zijn gelokaliseerd binnen de Lid-Staat van bedrijfsuitoefening ten belope van het garantiefonds , en , voor het resterende gedeelte , binnen de Gemeenschap .