Art. 19 Eerste Richtlijn 79/267/EEG

Eerste Richtlijn 79/267/EEG

Behoudens artikel 20 , wordt het minimum van de solvabiliteitsmarge bepaald als hieronder aangegeven , al naargelang de uitgeoefende branches .

a) Voor de verzekeringen bedoeld in artikel 1 , punt 1 , sub a ) en b ) , behalve de verzekeringen welke verbonden zijn met beleggingsfondsen en voor de verrichtingen bedoeld in artikel 1 , punt 3 , moet het gelijk zijn aan de som van de uitkomsten van de volgende twee berekeningen :

- eerste berekening :

een component van 4 % van de wiskundige voorzieningen voor directe verrichtingen zonder aftrek van de overdrachten uit hoofde van herverzekering alsmede voor de geaccepteerde herverzekeringen wordt vermenigvuldigd met het getal dat de voor het laatste boekjaar bestaande verhouding aangeeft tussen de wiskundige voorzieningen onder aftrek van de overdrachten uit hoofde van herverzekering en het bovenbedoelde brutobedrag van de wiskundige voorzieningen ; dit verhoudingspercentage mag in geen geval lager zijn dan 85 ;

- tweede berekening :

voor overeenkomsten waarbij het risicokapitaal niet negatief is wordt een component van 0,3 % van dit kapitaal dat ten laste komt van de onderneming , vermenigvuldigd met het getal dat de voor het laatste boekjaar bestaande verhouding aangeeft tussen het risicokapitaal dat ten laste van de onderneming blijft , na overdracht en wederoverdracht uit hoofde van herverzekering , en het risicokapitaal zonder aftrek van de herverzekering ; dit verhoudingspercentage mag in geen geval lager zijn dan 50 ;

voor de tijdelijke verzekeringen bij overlijden , met een looptijd van ten hoogste drie jaar , bedraagt bovenbedoelde component 0,1 % ; voor verzekeringen met een looptijd van meer dan drie , doch niet meer dan vijf jaar , bedraagt de bovengenoemde component 0,15 % .

b) Voor de aanvullende verzekeringen bedoeld in artikel 1 , punt 1 , sub c ) , moet het gelijk zijn aan de uitkomst van de volgende berekening :

- samengeteld worden de premies of bijdragen welke op grond van de directe zaken gedurende het laatste boekjaar zijn opgelegd , uit hoofde van alle boekjaren , met inbegrip van bijkomende kosten ;

- daaraan wordt toegevoegd het bedrag van de premies welke gedurende het laatste boekjaar uit hoofde van herverzekering werden ontvangen ;

- afgetrokken worden het totaalbedrag van de gedurende het laatste boekjaar geannuleerde premies of bijdragen , alsmede het totaalbedrag van de belastingen en rechten op de samengetelde premies of bijdragen .

Nadat het aldus verkregen bedrag in twee gedeelten is gesplitst , namelijk een eerste gedeelte ten belope van maximaal 10 miljoen rekeneenheden en een tweede gedeelte dat het restant omvat , worden deze gedeelten vermenigvuldigd met respectievelijk 18 % en 16 % en vervolgens opgeteld .

Het aldus berekende bedrag wordt vermenigvuldigd met het getal dat de voor het laatste boekjaar bestaande verhouding aangeeft tussen het bedrag van de schaden welke ten laste van de onderneming blijven na overdracht en wederoverdracht uit hoofde van herverzekering , en het brutobedrag van de schaden ; dit verhoudingspercentage mag in geen geval lager zijn dan 50 .

In het geval van de assuradeursvereniging bekend als Lloyd's wordt bij de berekening van de omvang van de solvabiliteitsmarge uitgegaan van de nettopremies ; deze worden vermenigvuldigd met een vast percentage dat jaarlijks wordt vastgesteld en dat wordt bepaald door de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat van het hoofdkantoor . Dit vaste percentage moet worden berekend op grond van de meest recente statistische gegevens , met name betreffende de betaalde provisies . Deze gegevens , alsmede de verrichte berekening , moeten worden medegedeeld aan de toezichthoudende autoriteiten van de landen op wier grondgebied Lloyd's is gevestigd .

c) Voor de niet opzegbare langlopende ziekteverzekeringen bedoeld in artikel 1 , punt 1 , sub d ) , en voor de kapitalisatieverrichtingen bedoeld in artikel 1 , punt 2 , sub b ) , moet het gelijk zijn aan 4 % van de wiskundige voorzieningen , berekend onder de sub a ) , eerste berekening , van dit artikel vastgestelde voorwaarden .

d) Voor de tontineverrichtingen bedoeld in artikel 1 , punt 2 , sub a ) , moet het gelijk zijn aan 1 % van het vermogen van de deelgenootschappen .

e) Voor de in artikel 1 , punt 1 , sub a ) en b ) , bedoelde verzekeringen welke verbonden zijn met beleggingsfondsen en voor de verrichtingen als bedoeld in artikel 1 , punt 2 , sub c ) , d ) en e ) , moet het gelijk zijn aan :

- een component van 4 % van de wiskundige voorzieningen berekend overeenkomstig de sub a ) , eerste berekening , van dit artikel vastgestelde voorwaarden , voorzover de onderneming een beleggingsrisico draagt , en een aldus berekende component van 1 % van de voorzieningen , voorzover de onderneming geen beleggingsrisico draagt , en mits de looptijd van de overeenkomst meer dan vijf jaar bedraagt en het bedrag voor de dekking van de beheerslasten waarin de overeenkomst voorziet , vast is voor een periode van meer dan vijf jaar ,

plus

- een component van 0,3 % van het risicokapitaal , berekend overeenkomstig de sub a ) , tweede berekening , eerste alinea , van dit artikel vastgestelde voorwaarden , voorzover de onderneming een overlijdensrisico draagt .

Vorige artikelen

Volgende artikelen