Art. 5 Verordening (EEG) nr. 1391/78
1. Na ontvangst van de aanvraag gaat de bevoegde instantie als volgt te werk :
a) zij gaat na of de in artikel 4 , lid 2 , sub b ) en c ) , bedoelde gegevens juist zijn en registreert de schriftelijke verbintenis als bedoeld in artikel 2 , lid 2 , of artikel 3 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 1078/77 ;
b) zij merkt en registreert het melkvee dat wordt gehouden op het bedrijf in de zin van artikel 5 , sub b ) , van Verordening ( EEG ) nr . 1078/77 en geeft voor dit vee de in artikel 7 bedoelde registratiekaarten af ;
c) zij stelt voor de omschakelingspremie het aantal op het tijdstip van goedkeuring van de aanvraag aanwezige overige dieren in de zin van artikel 2 , lid 1 , sub b ) , vast ;
d) zij registreert de oppervlakte voor de teelt van voedergewassen die door de producent wordt geëxploiteerd op het tijdstip van indiening van de aanvraag ;
e) zij bepaalt de hoeveelheid melk , uitgedrukt in kg melk , die voor de berekening van de premie in aanmerking wordt genomen overeenkomstig artikel 1 , lid 3 .
2. In de goedkeuring van de aanvraag om toekenning van de premie wordt uitdrukkelijk bepaald dat de begunstigde verantwoordelijk is voor het terugzenden van de in artikel 7 bedoelde registratiekaart en wordt hem aangeraden in geval van verkoop van het rund te voorzien in adequate contractuele waarborgen voor de terugzending .
3. De producent stelt de bevoegde instantie voor het begin van de periode voor het niet in de handel brengen van melk of voor de omschakkeling van zijn melkveebestand in kennis van de datum waarop de betrokken periode begint ; deze datum wordt op de in artikel 7 bedoelde registratiekaart vermeld .