Art. 9 Verordening (EEG) nr. 1391/78

Verordening (EEG) nr. 1391/78

1. Indien de begunstigde niet ten genoegen van de bevoegde instantie aantoont dat hij de in artikel 2 of artikel 3 van Verordening ( EEG ) nr . 1078/77 vastgesteld voorwaarden in acht neemt , treffen de Lid-Staten de nodige maatregelen om de reeds uitgekeerde premiebedragen terug te vorderen .

2. Het voorgaande lid geldt ook voor de bedrijfsopvolger die zich tegenover de bevoegde instantie verbindt om de door zijn voorganger aangegane verbintenissen na te komen , voor de bedragen die reeds aan hem of aan zijn voorganger zijn uitgekeerd .

3. Indien het voorgeschreven gebruik van de dieren niet overeenkomstig de artikelen 7 en 8 wordt bewezen , vervalt de aanspraak op de premie slechts voor de dieren waarvoor het betrokken bewijs niet wordt geleverd .

4. Indien de producent zijn bedrijf geheel of gedeeltelijk aan derden afstaat deelt hij dit van tevoren aan de voor de premieverlening bevoegde instantie mede en toont hij eventueel aan , in hoeverre de rechtverkrijgende de uit de premieregeling voortvloeiende verplichtingen overneemt .

De bevoegde instantie deelt aan de rechtverkrijgende de omvang van de op hem overgegane rechten en verplichtingen mede . Eventueel worden de aan de begunstigde uitgekeerde bedragen teruggevorderd .

5. In de in lid 4 bedoelde gevallen , wanneer slechts een gedeelte van het bedrijf wordt afgestaan , kunnen de Lid-Staten toestaan dat de in artikel 2 , lid 2 , sub b ) , eerste streepje , en artikel 3 , lid 2 , sub b ) , van Verordening ( EEG ) nr . 1078/77 bedoelde verplichting geacht wordt te zijn nagekomen , zolang de persoon die het bedrijf heeft overgenomen niet meer melkvee houdt dan hij heeft gehouden op de dag van de betrokken overname .

Vorige artikelen

Volgende artikelen