Art. 2 Verordening (EEG) nr. 1391/78
1. Voor de toepassing van artikel 3 , lid 2 , sub c ) , van Verordening ( EEG ) nr . 1078/77
a) is het referentietijdstip het tijdstip waarop de aanvraag om toekenning van de omschakelingspremie wordt goedgekeurd ;
b) wordt het aantal runderen en schapen in grootvee-eenheden omgerekend , waarbij met het houden van één grootvee-eenheid wordt gelijkgesteld het houden van :
- één rund , huisdier , van minstens twaalf maanden ;
- twee runderen , huisdieren , die ten minste zes maar minder dan twaalf maanden oud zijn ;
- vijf schapen van minstens twaalf maanden .
2. Er wordt een vereist aantal grootvee-eenheden gehouden indien de producent voor elk vol jaar van de omschakelingsperiode aannemelijk maakt dat dit aantal , gezien de periode gedurende welke elk dier in dat jaar is gehouden en met inachtneming van de waarderingsfactoren van lid 1 , sub b ) , in dat jaar , op het jaargemiddelde berekend , niet lager is dan het aantal grootvee-eenheden op het referentietijdstip .
3. Voor de vaststelling van het aantal grootvee-eenheden , gehouden gedurende de omschakelingsperiode , wordt eveneens met het houden van een grootvee-eenheid gelijkgesteld het houden van :
- vier runderen , huisdieren , van minder dan zes maanden ,
- twaalf schapen van minder dan twaalf maanden .
Het aantal grootvee-eenheden dat resulteert uit de toepassing van de voorgaande alinea mag echter niet meer bedragen dan 25 % van het aantal op het betrokken bedrijf gehouden grootvee-eenheden .