Art. 32 Verordening (EEG) nr. 222/77
1. Iedere Lid-Staat kan goedvinden dat de derde natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich overeenkomstig de artikelen 27 en 28 borg stelt , bij één enkele akte , voor een vast bedrag van vijfduizend rekeneenheden per aangifte , de betaling waarborgt van de rechten en andere heffingen die eventueel opeisbaar worden van elk communautair douanevervoer dat onder zijn aansprakelijkheid plaatsvindt , ongeacht wie de aangever is . Wanneer het goederenvervoer grotere risico's inhoudt , onder meer rekening houdend met de druk van de rechten en de andere heffingen die in één of meer Lid-Staten voor deze goederen gelden , wordt het vaste bedrag verhoogd .
De in de eerste alinea bedoelde borgtocht moet worden aangegaan bij een akte volgens model III , voorkomende in de bijlage .
2. Volgens de procedure van artikel 57 worden vastgesteld :
a) de goederentransporten welke in aanmerking komen voor een verhoging van het vaste bedrag , alsmede de wijze waarop deze verhoging toepassing vindt ;
b) de wijze waarop wordt vastgesteld dat de in lid 1 bedoelde zekerheid van toepassing is op een bepaald communautair douanevervoer .