Art. 29 Verordening (EEG) nr. 222/77
1. De in artikel 27 , lid 3 , bedoelde borgrocht moet worden aangegaan bij een akte volgens model I of model II , voorkomende in de bijlage , al naar gelang van het geval .
2. Wanneer de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of de gebruiken zulks noodzakelijk maken , kan elke Lid-Staat de borgtocht in een andere vorm doen aangaan dan bij de vorenbedoelde akte , mits de gevolgen daarvan gelijk zijn aan die van de akte volgens het model .