Art. 37 Verordening (EEG) nr. 222/77

Verordening (EEG) nr. 222/77

1. De door de douaneautoriteiten van een Lid-Staat op regelmatige wijze afgegeven documenten T 1 en de door deze autoriteiten getroffen identificatiemaatregelen hebben in de andere Lid-Staten rechtsgevolgen als waren deze documenten op regelmatige wijze afgegeven en deze maatregelen getroffen door de douaneautoriteiten van elk van deze Lid-Staten .

2. De vaststellingen gedaan door de bevoegde autoriteiten van een Lid-Staat bij de controles in het kader van de regeling voor communautair douanevervoer hebben in de andere Lid-Staten dezelfde bewijskracht als de vaststellingen gedaan door de bevoegde autoriteiten van elk van deze Lid-Staten .