Art. 28 Verordening (EEG) nr. 222/77

Verordening (EEG) nr. 222/77

1. De persoon die zich overeenkomstig artikel 27 borg stelt , moet in iedere Lid-Staat over het grondgebied waarvan het communautair douanevervoer plaatsvindt , een derde natuurlijke persoon of rechtspersoon aanwijzen , die zich eveneens borg stelt voor de aangever .

Deze laatste borg moet in de betreffende Lid-Staat gevestigd zijn en moet zich hoofdelijk met de aangever verbinden tot betaling van de rechten en andere heffingen welke in die Lid-Staat opeisbaar zijn .

2. De toepassing van lid 1 is afhankelijk van een beslissing van de Raad die , op voorstel van de Commissie , met gekwalificeerde meerderheid van stemmen beslist op grond van een onderzoek naar de omstandigheden waaronder de Lid-Staten met toepassing van artikel 36 hun recht tot invordering hebben kunnen uitoefenen .