Art. 16 Zesde Richtlijn 77/388/EEG, Bijzondere vrijstellingen in verband met het internationale goederenverkeer

Zesde Richtlijn 77/388/EEG

1. Onverminderd de andere communautaire belastingbepalingen kunnen de Lid-Staten , onder voorbehoud van de in artikel 29 bedoelde raadpleging , bijzondere maatregelen nemen ten einde geen belasting over de toegevoegde waarde te heffen op de volgende handelingen of sommige daarvan , mits zij geen betrekking hebben op eindgebruik en/of eindverbruik en het bij de aangifte tot verbruik geheven bedrag van de belasting over de toegevoegde waarde overeenkomt met het belastingbedrag dat zou moeten zijn geheven indien elk van deze handelingen bij invoer of in het binnenland was belast :

A . de invoer van goederen

a) die bij de douane worden aangebracht en eventueel voorlopig worden opgeslagen in de zin van Richtlijn 68/312/EEG ( 6 ) ;

b) die komen te vallen onder een stelsel van vrije zones in de zin van Richtlijn 69/75/EEG ( 7 ) ;

c) die komen te vallen onder een stelsel van douaneentrepots in de zin van Richtlijn 69/74/EEG ( 8 ) ;

d) die worden toegelaten tot de wateren , zandbanken en wadden als bedoeld in artikel 4 van Verordening ( EEG ) nr . 1496/68 ( 9 ) ;

e) die komen te vallen onder een ander stelsel van entrepots dan douane-entrepots , of onder een stelsel van actieve veredeling ;

B . leveringen van goederen die worden verzonden of vervoerd naar de in punt A bedoelde plaatsen , alsmede de desbetreffende diensten ;

C . leveringen van goederen en diensten , verricht op de in punt A bedoelde plaatsen met handhaving van een van de in dat punt bedoelde situaties ;

D . leveringen van goederen die nog onderworpen zijn aan een regeling inzake douanevervoer of een douaneregeling voor tijdelijke invoer , als bedoeld in artikel 14 , lid 1 , sub b ) en c ) , alsmede de diensten betreffende deze leveringen .

2. Onder voorbehoud van de in artikel 29 bedoelde raadpleging kunnen de Lid-Staten de invoer en de levering van goederen bestemd voor een belastingplichtige die deze goederen betrekt met het oog op hun uitvoer , al dan niet na verwerking , alsmede de diensten in verband met de uitvoeractiviteit van de betreffende belastingplichtige , vrijstellen binnen de grenzen van het bedrag waarvoor de belastingplichtige in de afgelopen 12 maanden heeft uitgevoerd .

3. De Commissie dient zo spoedig mogelijk bij de Raad voorstellen in betreffende de gemeenschappelijke bepalingen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde op de in de leden 1 en 2 bedoelde handelingen .