Art. 13 Zesde Richtlijn 77/388/EEG, Vrijstellingen in het binnenland
A . Vrijstellingen ten gunste van bepaalde activiteiten van algemeen belang
1. Onverminderd andere communautaire bepalingen verlenen de Lid-Staten vrijstelling voor de onderstaande handelingen , onder de voorwaarden die zij vaststellen om een juiste en eenvoudige toepassing van de betreffende vrijstellingen te verzekeren en alle fraude , ontwijking en misbruik te voorkomen :
a) de door openbare postdiensten verrichte diensten en daarmee gepaard gaande leveringen van goederen , met uitzondering van personenvervoer en telecommunicatiediensten ;
b) de ziekenhuisverpleging en medische verzorging , alsmede de handelingen die daarmede nauw samenhangen , door publiekrechtelijke lichamen of , onder sociale voorwaarden welke vergelijkbaar zijn met die welke gelden voor genoemde lichamen , door ziekenhuizen , centra voor medische verzorging en diagnose en andere naar behoren erkende inrichtingen van dezelfde aard ;
c) gezondheidskundige verzorging van de mens in het kader van de uitoefening van medische en para-medische beroepen als omschreven door de betrokken Lid-Staat ;
d) de levering van menselijke organen , menselijk bloed en moedermelk ;
e) de door tandtechnici in het kader van de uitoefening van hun beroep verrichte diensten , alsmede het verschaffen van tandprothesen door tandartsen en tandtechnici ;
f) diensten die worden verricht door zelfstandige groeperingen van personen die een activiteit uitoefenen welke is vrijgesteld of waarvoor zij niet belastingplichtig zijn , ten einde aan hun leden de diensten te verlenen die direct nodig zijn voor de uitoefening van voornoemde activiteit , wanneer die groeperingen van hun leden enkel terugbetaling vorderen van hun aandeel in de gezamenlijke uitgaven , mits deze vrijstelling niet tot concurrentievervalsing kan leiden ;
g) diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk en met de sociale zekerheid , inclusief die welke worden verricht door bejaardentehuizen , door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de betrokken Lid-Staat als instellingen van sociale aard worden erkend ;
h) diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met de bescherming van kinderen en jongeren en die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de betrokken Lid-Staat als instellingen van sociale aard worden erkend ;
i) onderwijs aan kinderen of jongeren , school - of universitair onderwijs , beroepsopleiding of -herscholing , met inbegrip van de diensten en goederenleveringen die hiermede nauw samenhangen , door publiek rechtelijke lichamen die daartoe zijn ingesteld of door andere organisaties die door de betrokken Lid-Staat als lichamen met soortgelijke doeleinden worden erkend ;
j) privelessen die particulier door docenten worden gegeven en betrekking hebben op het school - of universitair onderwijs ;
k) beschikbaarstelling van personeel door religieuze of levensbeschouwelijke instellingen voor de sub b ) , g ) , h ) en i ) , bedoelde werkzaamheden en met het oog op de verlening van geestelijke bijstand ;
l) diensten en nauw daarmee samenhangende goederenleveringen ten behoeve van hun leden in het collectief belang , tegen een statutair vastgestelde contributie door instellingen zonder winstoogmerk met doeleinden van politieke , syndicale , religieuze , vaderlandslievende , levensbeschouwelijke , filantropische of staatsburgerlijke aard , mits deze vrijstelling niet tot concurrentievervalsing kan leiden ;
m) sommige diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport of met lichamelijke opvoeding en die door instellingen zonder winstoogmerk worden verleend aan personen die aan sport of lichamelijke opvoeding doen ;
n) bepaalde culturele diensten alsmede nauw daarmee samenhangende goederenleveringen , verricht door publiekrechtelijke culturele instellingen of door andere culturele instellingen die door de betrokken Lid-Staat worden erkend ;
o) diensten en leveringen van goederen door lichamen waarvan de handelingen overeenkomstig het bepaalde sub b ) , g ) , h ) , i ) , l ) , m ) en n ) , zijn vrijgesteld , in samenhang met activiteiten welke zijn bestemd ter verkrijging van financiële steun en die uitsluitend ten bate van hen zelf zijn georganiseerd , mits deze vrijstelling niet tot concurrentievervalsing kan leiden . De Lid-Staten kunnen alle nodige beperkingen invoeren , met name ten aanzien van het aantal activiteiten of het bedrag van de opbrengsten waarvoor recht op vrijstelling bestaat ;
p) vervoer van zieken of gewonden met speciaal daartoe ingerichte voertuigen door naar behoren gemachtigde lichamen ;
q) niet-commerciële activiteiten van openbare radio - en televisieorganisaties .
2. a ) De Lid-Staten kunnen de verlening van elk der in lid 1 , sub b ) , g ) , h ) , i ) , l ) , m ) en n ) , bedoelde vrijstellingen aan andere dan publiekrechtelijke instellingen van geval tot geval , afhankelijk stellen van een of meer van de volgende voorwaarden :
- de instellingen mogen niet systematisch het maken van winst beogen ; wordt er wel winst gemaakt , dan mag deze niet worden uitgekeerd , maar moet zij worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de diensten die worden verleend ;
- beheer en bestuur van de instellingen moeten in hoofdzaak geschieden op vrijwillige basis en zonder vergoeding door personen die noch zelf , noch via tussenpersonen , enig rechtstreeks of zijdelings belang hebben bij de resultaten van de werkzaamheden van de instellingen ;
- de instellingen moeten prijzen toepassen die zijn goedgekeurd door de overheid , of prijzen die niet hoger liggen dan de goedgekeurde prijzen , of , voor handelingen waarvoor geen goedkeuring van prijzen plaatsvindt , prijzen die lager zijn dan die welke voor soortgelijke diensten in rekening worden gebracht door commerciële ondernemingen die aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen ;
- de vrijstellingen mogen niet leiden tot concurrentievervalsing ten nadele van commerciële ondernemingen die aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen .
b) Van vrijstellingen als bedoeld in lid 1 , sub b ) , g ) , h ) , i ) , l ) , m ) en n ) , zijn diensten en leveringen van goederen uitgesloten indien :
- zij niet onontbeerlijk zijn voor het verrichten van de vrijgestelde handelingen ;
- zij er in hoofdzaak toe strekken aan de instelling extra opbrengsten te verschaffen door de uitvoering van handelingen die verricht worden in rechtstreekse mededinging met die van commerciële ondernemingen welke aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen .
B . Overige vrijstellingen
Onverminderd andere communautaire bepalingen verlenen de Lid-Staten vrijstelling voor de onderstaande handelingen , onder de voorwaarden die zij vaststellen om een juiste en eenvoudige toepassing van de betreffende vrijstellingen te verzekeren en alle fraude , ontwijking en misbruik te voorkomen :
a) handelingen ter zake van verzekering en herverzekering met inbegrip van daarmee samenhangende diensten , verricht door assurantiemakelaars en verzekeringsagenten ;
b) verpachting en verhuur van onroerende goederen , met uitzondering van :
1. het verstrekken van accomodatie , als omschreven in de wetgeving der Lid-Staten , in het hotelbedrijf of in sectoren met een soortgelijke functie , met inbegrip van de verhuuraccomodatie in vakantiekampen of op kampeerterreinen ;
2. verhuur van parkeerruimte voor voertuigen ;
3. verhuur van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines ;
4. verhuur van safeloketten .
De Lid-Staten kunnen nog andere handelingen van de toepassing van deze vrijstelling uitsluiten ;
levering van goederen die uitsluitend zijn gebezigd voor een activiteit die krachtens dit artikel of krachtens artikel 28 , lid 3 , sub b ) , is vrijgesteld , als voor deze goederen geen recht op aftrek is genoten , of levering van goederen bij de aanschaffing of bestemming waarvan overeenkomstig de bepalingen van artikel 17 , lid 6 , het recht op aftrek is uitgesloten ;
de volgende handelingen :
1. verlening van kredieten en bemiddeling inzake kredieten , alsmede het beheer van kredieten door degene die ze heeft verleend ;
2. het bemiddelen bij en het aangaan van borgtochten en andere zekerheids - en garantieverbintenissen , alsmede het beheer van kredietgaranties door degene die het krediet heeft verleend ;
3. handelingen , bemiddeling daaronder begrepen , betreffende deposito's , rekening-courantverkeer , betalingen , overmakingen , schuldvorderingen , cheques en andere handelspapieren met uitzondering van de invordering van schuldvorderingen ;
4. handelingen , bemiddeling daaronder begrepen , betreffende deviezen , bankbiljetten en munten die wettig betaalmiddel zijn , met uitzondering van munten en biljetten die als verzamelobject worden beschouwd ; als zodanig worden beschouwd gouden , zilveren of uit een ander metaal geslagen munten , alsmede biljetten , die normaliter niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of die een numismatische waarde hebben ;
5. handelingen , bemiddeling daaronder begrepen , uitgezonderd bewaring en beheer , inzake aandelen , deelnemingen in vennootschappen of verenigingen , obligaties en andere waardepapieren , met uitzondering van :
- documenten die goederen vertegenwoordigen ;
- de in artikel 5 , lid 3 , genoemde rechten of effecten ;
6. het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen , als omschreven door de Lid-Staten ;
leveringen , tegen de nominale waarde , van postzegels die frankeerwaarde hebben in het binnenland , fiscale zegels en andere soortgelijke zegels ;
f) weddenschappen , loterijen en andere kans - en geldpelen , met inachtneming van de door elke Lid-Staat vastgestelde voorwaarden en beperkingen ;
g) levering van een gebouw , een gedeelte van een gebouw en het erbij behorend terrein , andere dan bedoeld in artikel 4 , lid 3 , sub a ) ;
h) levering van andere onbebouwde onroerende goederen dan bouwterreinen als bedoeld in artikel 4 , lid 3 , sub b ) .
C . Keuzerecht
De Lid-Staten kunnen aan de belastingplichtigen het recht verlenen om voor belastingheffing te kiezen in geval van :
a) verhuur en verpachting van onroerende goederen ;
b) de handelingen bedoeld in B , sub d ) , g ) en h ) .
De Lid-Staten kunnen de omvang van dit keuzerecht beperken ; zij stellen de bepalingen voor de uitoefening ervan vast .