Art. 14 Zesde Richtlijn 77/388/EEG, Vrijstellingen bij invoer
1. Onverminderd andere communautaire bepalingen verlenen de Lid-Staten vrijstelling voor de volgende handelingen , onder de voorwaarden die zij vaststellen om een juiste en eenvoudige toepassing van de betreffende vrijstellingen te verzekeren en alle fraude , ontwijking en misbruik te voorkomen :
a) de definitieve invoer van goederen waarvan de levering door belastingplichtigen in het binnenland in elk geval is vrijgesteld ;
b) de invoer van goederen die worden aangegeven in het kader van een regeling inzake douanevervoer ;
c) de invoer van goederen die worden aangegeven in het kader van een douaneregeling voor tijdelijke invoer en uit dien hoofde in aanmerking komen voor vrijstelling van invoerrechten of die voor een dergelijke vrijstelling in aanmerking zouden komen indien zij uit een derde land zouden zijn ingevoerd ;
d) de definitieve invoer van goederen waarvoor een andere douanevrijstelling geldt dan die bedoeld in het gemeenschappelijk douanetarief of die hiervoor in aanmerking zouden komen indien zij uit een derde land zouden zijn ingevoerd . De Lid-Staten hebben echter de mogelijkheid om de vrijstelling niet te verlenen , indien de concurrentievoorwaarden op de binnenlandse markt door het verlenen van de vrijstelling ernstig kunnen worden verstoord ;
e) de wederinvoer van goederen in de staat waarin zij werden uitgevoerd , door degene die ze heeft uitgevoerd , indien de betreffende goederen voor vrijstelling van invoerrechten in aanmerking komen of daarvoor in aanmerking zouden komen indien zij zouden zijn ingevoerd uit een derde land ;
f) de wederinvoer van roerende lichamelijke zaken door degene die ze heeft uitgevoerd , of door een derde voor zijn rekening , wanneer deze zaken in een andere Lid-Staat een bewerking hebben ondergaan die is belast zonder dat ter zake recht op aftrek of teruggaaf is ontstaan .
g) de invoer van goederen :
- in het kader van de diplomatieke en consulaire betrekkingen , wanneer voor de goederen een vrijstelling van invoerrechten geldt of wanneer daarvoor een dergelijke vrijstelling zou gelden , indien zij uit een derde land zouden zijn ingevoerd ;
- verricht door internationale instellingen welke als dusdanig door de overheid van het land waar zij zijn gevestigd zijn erkend , alsmede door de leden van deze instellingen , zulks binnen de beperkingen en onder de voorwaarden die zijn vastgelegd door de internationale verdragen tot oprichting van deze instellingen of door de vestigingsovereenkomsten ;
- verricht in de Lid-Staten die partij bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie zijn , door de strijdkrachten van de andere Staten die partij bij dat Verdrag zijn , ten behoeve van deze strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines , voor zover de betreffende strijdkrachten deelnemen aan de gemeenschappelijke defensieinspanning ;
h) de invoer in havens , door zeevisserijbedrijven , van viserijprodukten , niet be - of verwerkt of nadat ze met het oog op de afzet een bederfwerende behandeling hebben ondergaan , en die nog niet zijn geleverd ;
i) de diensten welke betrekking hebben op de invoer van goederen en waarvan de waarde overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 , B , lid 3 , sub b ) , in de maatstaf van heffing is opgenomen ;
j) de invoer van goud door de Centrale Banken .
2. De Commissie dient zo spoedig mogelijk bij de Raad voorstellen in om communautaire belastingregels vast te stellen waarbij de werkingssfeer en de wijze van toepassing van de in lid 1 bedoelde vrijstellingen nader worden omlijnd .
Totdat deze regels in werking treden , kunnen de Lid-Staten :
- de vigerende nationale voorschriften in het kader van de bovenstaande bepalingen blijven toepassen ;
- voornoemde nationale voorschriften aanpassen , ten einde concurrentievervalsing en met name het niet of dubbel heffen van belasting over de toegevoegde waarde binnen de Gemeenschap te beperken ;
- de administratieve procedures gebruiken die zij het meest geschikt achten om tot vrijstelling te komen .
De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de maatregelen die zij krachtens de voorgaande bepalingen hebben genomen of zullen nemen ; de Commissie brengt de overige Lid-Staten daarvan op de hoogte .