Art. 6 Richtlijn 75/34/EEG
1. De Lid-Staten kennen de begunstigden van het recht op voortgezet verblijf het recht toe op een verblijfskaart die :
a) kosteloos wordt afgegeven en verlengd , dan wel tegen betaling van een bedrag dat de voor de afgifte of verlenging van identiteitskaarten door eigen onderdanen verschuldigde rechten en kosten niet te boven gaat ;
b) geldig is op het gehele grondgebied van de Lid-Staat die haar heeft afgegeven ;
c) een geldigheidsduur heeft van ten minste vijf jaar en zonder meer kan worden verlengd .
2. Onderbrekingen van het verblijf die zes opeenvolgende maanden niet te boven gaan en afwezigheid van langere tijd wegens het vervullen van militaire dienst kunnen de geldigheid van de verblijfskaart niet aantasten .