Art. 5 Richtlijn 75/34/EEG

Richtlijn 75/34/EEG

1. Voor de uitoefening van het recht op voortgezet verblijf verlenen de Lid-Staten de begunstigde een termijn van twee jaar vanaf de datum waarop dit recht door hem krachtens artikel 2 , lid 1 , sub a ) , en b ) , en artikel 3 , is verkregen . De begunstigde moet gedurende deze periode het grondgebied van de Lid-Staat kunnen verlaten zonder dat dit recht daardoor wordt aangetast .

2. Voor de uitoefening van het recht op voortgezet verblijf verlangen de Lid-Staten van de begunstigde geen bijzondere formaliteiten .

Vorige artikelen

Volgende artikelen