Art. 3 Richtlijn 75/34/EEG
1. Iedere Lid-Staat kent aan de in artikel 1 , bedoelde familieleden van een anders dan in loondienst werkzame persoon die met deze persoon op zijn grondgebied wonen , het recht toe op duurzame voortzetting van het verblijf , indien de betrokkene overeenkomstig artikel 2 het recht op voortgezet verblijf op het grondgebied van die Lid-Staat heeft verkregen . Deze bepaling is ook van toepassing na het overlijden van de betrokkene .
2. Indien evenwel de anders dan in loondienst werkzame persoon in de loop van zijn beroepsleven is overleden , alvorens het recht op voortgezet verblijf op het grondgebied van de betrokken Lid-Staat te hebben verkregen , wordt door deze Lid-Staat aan de familieleden van de betrokkene het recht op duurzame voortzetting van hun verblijf toegekend :
- indien de betrokkene daar op het tijdstip van zijn overlijden sinds ten minste twee jaar bij voortduring woonachtig is geweest ;
- of indien de betrokkene overleden is ten gevolge van een arbeidsongeval of een beroepsziekte ;
- of indien de overlevende echtgenoot onderdaan van die Lid-Staat is of de nationaliteit daarvan tengevolge van zijn huwelijk met de betrokkene heeft verloren .