Art. 25 Eerste Richtlijn 73/239/EEG
1. Iedere Lid-Staat verplicht de op zijn grondgebied opgerichte agentschappen of bijkantoren , over een voldoende solvabiliteitsmarge te beschikken , gevormd door activa welke niet dienen ter dekking van enige voorzienbare verplichting , met uitzondering van de onlichamelijke bestanddelen . De solvabiliteitsmarge wordt berekend overeenkomstig artikel 16 , lid 3 .
Voor het berekenen van deze marge worden evenwel uitsluitend in aanmerking genomen de premies of bijdragen en schaden welke verband houden met de verrichtingen van het agentschap of bijkantoor .
2. Het garantiefonds bestaat uit een derde deel van de solvabiliteitsmarge . Dit fonds mag niet kleiner zijn dan de helft van het in artikel 17 , lid 2 , bedoelde minimum . Het in artikel 23 , lid 2 , sub e ) , bedoelde aanvangsdepot wordt daaronder gerekend .
3. De activa die de solvabiliteitsmarge vertegenwoordigen , moeten zijn gelokaliseerd binnen de Staat van bedrijfsuitoefening ten belope van het garantiefonds , en voor het resterende gedeelte binnen de Gemeenschap .