Art. 20 Eerste Richtlijn 73/239/EEG

Eerste Richtlijn 73/239/EEG

1. Indien een onderneming zich niet voegt naar de bepalingen van artikel 15 , kan de toezichthoudende autoriteit van het land waar zij werkzaam is , na de toezichthoudende autoriteiten van het land waar het hoofdkantoor is gevestigd van haar voornemen op de hoogte te hebben gesteld , haar de vrije beschikking over de in dit land gelokaliseerde activa verbieden .

2. Met het oog op het herstel van de financiële positie van een onderneming waarvan de solvabiliteitsmarge niet meer het in artikel 16 , lid 3 , voorgeschreven minimum bereikt , eist de toezichthoudende autoriteit van het land waar het hoofdkantoor is gevestigd een saneringsplan dat aan haar goedkeuring moet worden onderworpen .

3. Indien de solvabiliteitsmarge niet meer het in artikel 17 omschreven garantiefonds bereikt , eist de toezichthoudende autoriteit van het land waar het hoofdkantoor is gevestigd een plan inzake financiering op korte termijn dat aan haar goedkeuring moet worden onderworpen .

Voorts kan zij de vrije beschikking over de activa van de onderneming beperken of verbieden . Zij stelt hiervan de autoriteiten op de hoogte van de Lid-Staten op wier grondgebied deze onderneming eveneens is toegelaten ; deze treffen op haar verzoek dezelfde maatregelen .

4. In de in lid 1 en 3 vermelde gevallen kunnen de bevoegde toezichthoudende autoriteiten voorts alle maatregelen treffen om de belangen van de verzekerden te beschermen .

5. De toezichthoudende autoriteiten van de Lid-Staten op wier grondgebied de betrokken onderneming eveneens is toegelaten , werken samen bij de uitvoering van de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde maatregelen .

Vorige artikelen

Volgende artikelen