Art. 22 Eerste Richtlijn 73/239/EEG
1. De bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan het hoofdkantoor van de onderneming is gevestigd , kan de door haar verleende vergunning intrekken wanneer de onderneming :
a) niet meer voldoet aan de toegangsvoorwaarden ;
b) er niet in geslaagd is om binnen de gestelde termijn de maatregelen te treffen waarin het in artikel 20 bedoelde sanerings - of financieringsplan voorziet ;
c) ernstig in gebreke blijft te voldoen aan haar uit de nationale wettelijke regeling voortvloeiende verplichtingen .
Wanneer de vergunning wordt ingetrokken stelt de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat van het hoofdkantoor de toezichthoudende autoriteiten van de andere Lid-Staten die de onderneming eveneens hebben toegelaten , daarvan in kennis ; deze gaan eveneens over tot intrekking van de door hen verleende vergunning . Zij neemt in samenwerking met deze autoriteiten alle maatregelen om de belangen van de verzekerden te beschermen en beperkt met name de vrije beschikking over de activa van de onderneming wanneer een dergelijke beperking nog niet uit hoofde van artikel 20 , lid 1 en 3 , tweede alinea , is opgelegd .
2. De vergunning die is verleend aan agentschappen of bijkantoren van ondernemingen , wier hoofdkantoor zich in een andere Lid-Staat bevindt , kan worden ingetrokken wanneer het agentschap of het bijkantoor :
a) niet meer voldoet aan de toegangsvoorwaarden ;
b) ernstig in gebreke blijft te voldoen aan de verplichtingen welke voortvloeien uit de nationale wettelijke regeling van het land waar het werkzaam is , met name wat betreft de vorming van in artikel 15 omschreven technische reserves .
Alvorens de toezichthoudende autoriteiten van de landen waar de onderneming werkzaam is tot intrekking van de vergunning overgaan , raadplegen zij de toezichthoudende autoriteit van de Lid-Staat van het hoofdkantoor van de onderneming . In het geval dat zij het noodzakelijk achten , de werkzaamheid van deze agentschappen of bijkantoren te schorsen voor de afloop van deze raadpleging , stellen zij genoemde autoriteit hiervan onmiddellijk in kennis .
3. Elk besluit tot intrekking van de vergunning of tot schorsing van de werkzaamheid moet nauwkeurig met redenen zijn omkleed en officieel ter kennis van de betrokken onderneming worden gebracht .
Iedere Lid-Staat voorziet in de mogelijkheid van beroep tegen een dergelijk besluit bij een rechterlijke instantie .
Titel III - Regels , toepasselijk op binnen de Gemeenschap gevestigde agentschappen of bijkantoren van ondernemingen waarvan het hoofdkantoor buiten de Gemeenschap is gevestigd