Art. 18 Verordening (EEG) nr. 1035/72
1. De Lid-Staten kennen aan de telersverenigingen die in het kader van artikel 15 interventiemaatregelen nemen , een financiële vergoeding toe op voorwaarde dat :
a) de bodemprijs ligt :
- op een peil dat ten hoogste gelijk is aan dat van de in artikel 19 , lid 2 , eerste streepje , bedoelde prijs , verhoogd met 10 % van de basisprijs , voor de produkten die de kenmerken bezitten welke in de kwaliteitsnormen zijn voorgeschreven voor kwaliteitsklasse " II " of voor de hogere kwaliteitsklassen ,
- op een peil dat ten hoogste gelijk is aan dat van de in artikel 19 , lid 2 , tweede streepje , bedoelde aankoopprijs , verhoogd met 10 % van de basisprijs , voor de produkten die de kenmerken bezitten welke in de kwaliteitsnormen zijn voorgeschreven voor kwaliteitsklasse " III " ,
b) de vergoeding voor de aangesloten telers voor de uit de markt genomen hoeveelheden produkten niet hoger is dan het bedrag dat wordt verkregen door toepassing van de bodemprijs op deze hoeveelheden .
2. Het bedrag van de financiële vergoeding is gelijk aan de door de telersverenigingen uitgekeerde vergoedingen waarop de netto-opbrengst van de uit de markt genomen produkten in mindering is gebracht .
3. Voor de produkten waaraan de telersverenigingen niet een der in artikel 21 , lid 1 , eerste alinea , sub a ) , eerste , tweede en derde streepje , bedoelde bestemmingen kunnen geven , is het toekennen van de financiële vergoeding afhankelijk van een aanwending die in overeenstemming is met de voorschriften die de Lid-Staat krachtens artikel 21 heeft uitgevaardigd .