Art. 14 Verordening (EEG) nr. 1035/72
1. Ten einde de oprichting van telersverenigingen te bevorderen en hun werking te vergemakkelijken , kunnen de Lid-Staten gedurende de drie jaren na de datum van oprichting aan deze verenigingen steun verlenen , op voorwaarde dat de verenigingen voldoende waarborgen bieden ten aanzien van de duur en de doelmatigheid van hun werkzaamheden . Deze steun mag voor het eerste , het tweede en het derde jaar niet meer bedragen dan respectievelijk 3 % , 2 % en 1 % van de waarde van de in de handel gebrachte produktie waarop de werkzaamheden van de telersvereniging betrekking hebben . Voor elk jaar wordt de waarde van deze produktie forfaitair berekend , waarbij wordt uitgegaan van :
- de gemiddelde door de aangesloten telers in de handel gebrachte produktie gedurende de drie kalenderjaren die aan dat van hun toetreding zijn voorafgegaan ,
- de gemiddelde producentenprijzen die tijdens dezelfde periode aan deze telers zijn betaald .
2. De Lid-Staten kunnen gedurende de vijf jaren na de vorming van de in artikel 15 bedoelde interventiefondsen , hetzij rechtstreeks , hetzij door bemiddeling van kredietinstellingen , aan de telersverenigingen steun verlenen in de vorm van leningen op bijzondere voorwaarden , bestemd voor het dekken van een gedeelte van de voorziene kosten van de in artikel 15 bedoelde marktinterventies .
3. De in dit artikel bedoelde steunmaatregelen worden ter kennis gebracht van de Commissie door middel van een verslag dat de Lid-Staten haar aan het einde van elk begrotingsjaar toesturen .