Art. 5 Richtlijn 70/457/EEG

Richtlijn 70/457/EEG

1. Een ras is onderscheidbaar wanneer het zich op het ogenblik van de aanmelding duidelijk door een of meer belangrijke morfologische of fysiologische eigenschappen onderscheidt van elk ander ras dat in de betrokken Lid-Staat reeds is toegelaten of waarvoor een aanvraag tot toelating is ingediend , dan wel voorkomt op de gemeenschappelijke rassenlijst .

2. Een ras is bestendig wanneer het na opeenvolgende vermeerderingen of , wanneer de kweker een bijzondere vermeerderingscyclus heeft vastgesteld , op het einde van elke cyclus , wat de wezenlijke eigenschappen betreft nog aan zijn beschrijving beantwoordt .

3. Een ras is voldoende homogeen indien de planten van dit ras - afgezien van enkele afwijkingen - gezien de bijzonderheden van het voortplantingsstelsel van de planten , ten aanzien van alle daartoe in aanmerking genomen eigenschappen met elkaar overeenstemmen of genetisch identiek zijn .

4. Een ras bezit voldoende cultuur - of gebruikswaarde wanneer het ten opzichte van de andere in de lijst van de betrokken Lid-Staat opgenomen rassen door het geheel van zijn hoedanigheden , ten minste voor de produktie in een bepaald gebied , een duidelijke verbetering betekent , hetzij voor de teelt , hetzij voor de valorisatie van de oogst of van de daaruit verkregen produkten . Een lager niveau van bepaalde eigenschappen kan door andere gunstige eigenschappen gecompenseerd worden .