Art. 8 Richtlijn 70/156/EEG

Richtlijn 70/156/EEG

1. Indien de Lid-Staat die de E.E.G.-goedkeuring heeft verleend , vaststelt dat verscheidene voertuigen , voorzien van een certificaat van overeenstemming met een zelfde type , niet in overeenstemming zijn met het door hem goedgekeurde type , neemt hij de nodige maatregelen opdat de overeenstemming van de produktie met het goedgekeurde type wordt verzekerd . De bevoegde instanties van deze Lid-Staat stellen de bevoegde instanties van de overige Lid-Staten in kennis van de genomen maatregelen , die eventueel zelfs intrekking van de E.E.G.-goedkeuring kunnen inhouden .

Deze instanties nemen dezelfde maatregelen wanneer zij door de bevoegde instanties van een andere Lid-Staat van een dergelijk gebrek aan overeenstemming in kennis worden gesteld .

2. De bevoegde instanties van de Lid-Staten stellen elkaar binnen een maand in kennis van de intrekking van een verleende E.E.G.-goedkeuring en van de beweegredenen daarvoor .

3. Indien de Lid-Staat die de E.E.G.-goedkeuring heeft verleend , het hem ter kennis gebrachte gebrek aan overeenstemming betwist , trachten de betrokken Lid-Staten het geschil op te lossen . De Commissie wordt op de hoogte gehouden . Voor zover nodig pleegt zij het dienstige overleg ten einde tot een oplossing te komen .