Art. 4 Richtlijn 70/156/EEG
1. Iedere Lid-Staat keurt elk type voertuig goed dat aan de volgende voorwaarden voldoet :
a) het type voertuig stemt overeen met de gegevens van het inlichtingenformulier ;
b) het type voertuig voldoet aan de controles die worden voorgeschreven in het model goedkeuringsformulier , bedoeld in artikel 2 , sub b ) .
2. De Lid-Staat die de goedkeuring heeft verleend , treft de nodige maatregelen om , desnoods in samenwerking met de bevoegde instanties van de overige Lid-Staten , voor zover noodzakelijk te controleren of de produktie in overeenstemming is met het goedgekeurde prototype . Deze controle beperkt zich tot steekproeven .
Voor ieder door de Lid-Staat goedgekeurd type voertuig vult deze Staat alle rubrieken van het goedkeuringsformulier in .