Art. 7 Verordening (EEG) nr. 1191/69
1. Aan het besluit tot handhaving kunnen voorwaarden worden verbonden om het rendement van de aan de betrokken verplichting onderworpen activiteiten te verbeteren .
2. Het besluit tot opheffing kan voorzien in de instelling van een vervangende dienst . In dit geval gaat de opheffing op zijn vroegst in op het ogenblik waarop de vervangende dienst in bedrijf wordt gesteld .