Art. 6 Verordening (EEG) nr. 1191/69
1. Binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening , dienen de vervoersondernemingen de in artikel 4 bedoelde aanvragen in bij de bevoegde instanties van de Lid-Staten .
De vervoersondernemingen kunnen aanvragen indienen na het verstrijken van de hierboven gestelde termijn , indien zij constateren dat aan de in artikel 4 , lid 1 , bedoelde voorwaarden is voldaan .
2. De besluiten om een openbare dienstverplichting geheel of gedeeltelijk te handhaven of na verloop van tijd op te heffen , voorzien in het toekennen van een compensatie voor de eruit voortvloeiende lasten ; deze compensatie wordt bepaald overeenkomstig de in de artikelen 10 tot en met 13 voorgeschreven gemeenschappelijke methoden .
3. De bevoegde instanties van de Lid-Staten beslissen binnen een termijn van een jaar na de indiening van de aanvraag voor wat betreft de exploitatie - en vervoerplichten en binnen een termijn van zes maanden voor wat betreft de tariefplichten .
Het recht op compensatie ontstaat met ingang van de dag waarop de bevoegde instanties een besluit nemen , maar op zijn vroegst met ingang van 1 januari 1971 .
4. Indien de bevoegde instanties van de Lid-Staten het evenwel , gezien het aantal en het belang van de door elke onderneming ingediende aanvragen , noodzakelijk achten , kunnen zij de in de eerste alinea van lid 3 bedoelde termijn verlengen tot uiterlijk 1 januari 1972 . In dat geval ontstaat het recht op compensatie op deze datum .
Indien de bevoegde instanties van de Lid-Staten van deze bevoegdheid gebruik wensen te maken , stellen zij de betrokken ondernemingen hiervan in kennis binnen een termijn van zes maanden na indiening van de aanvragen .
Op verzoek van een Lid-Staat die bijzondere moeilijkheden ondervindt , kan de Raad , op voorstel van de Commissie , deze Lid-Staat machtigen om de in de eerste alinea genoemde termijn te verlengen tot 1 januari 1973 .
5. Indien de bevoegde instanties binnen de gestelde termijnen geen besluit hebben genomen , vervalt de verplichting waarvoor ingevolge artikel 4 , lid 1 , een aanvraag om opheffing werd ingediend .
6. De Raad zal op basis van een v}}r 31 december 1972 door de Commissie in te dienen verslag de stand van zaken in iedere Lid-Staat met betrekking tot de tenuitvoerlegging van deze verordening onderzoeken .