Art. 5 Verordening (EEG) nr. 1191/69

Verordening (EEG) nr. 1191/69

1. Een exploitatieplicht of een vervoerplicht brengt economische nadelen mede wanneer de vermindering van de lasten die kan worden bereikt door de volledige of gedeeltelijke opheffing van deze plicht voor een daaraan onderworpen activiteit of samenstel van activiteiten , groter is dan de uit deze opheffing voortvloeiende vermindering van de ontvangsten .

De economische nadelen worden bepaald aan de hand van een overzicht van de , zo nodig contant gemaakte , jaarlijkse economische nadelen die gevormd worden door het verschil tussen de vermindering van de jaarlijkse lasten en de vermindering van de jaarlijkse inkomsten als gevolg van het opheffen van deze plicht .

Indien echter de exploitatie - of vervoerplichten betrekking hebben op een of meer categorieën reizigers - of goederenvervoer op een net of op een belangrijk deel van een net , geschiedt de raming van de lasten die bij het opheffen van de plicht kunnen wegvallen aan de hand van een verdeling van de totale door de onderneming uit hoofde van haar vervoersactiviteit gedragen kosten over de verschillende categorieën vervoer .

Het economisch nadeel is dan gelijk aan het verschil tussen de kosten die verband houden met dat deel van de activiteit der onderneming waarop de openbare dienstverplichting betrekking heeft en de overeenkomstige ontvangsten .

Bij het bepalen van de economische nadelen wordt rekening gehouden met de weerslag van de plicht op de totale activiteit van de onderneming .

2. Een tariefplicht brengt economische nadelen mede , wanneer het verschil tussen de ontvangsten en de lasten van het onder de plicht vallende vervoer kleiner is dan het verschil tussen de ontvangsten en de lasten van het vervoer dat voortvloeit uit een commerciële bedrijfsvoering , met inachtneming van de kosten van de aan deze plicht onderworpen activiteiten en van de marktsituatie .

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen