Art. 4 Verordening (EEG) nr. 1612/68
1. De wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die in een Lid-Staat de tewerkstelling van buitenlanders per onderneming, per bedrijfstak, per streek of op nationaal niveau, in aantal of in percentage beperken, zijn niet van toepassing op onderdanen van een andere Lid-Staat. (1) Zie blz. 1 van dit Publikatieblad.
2. Wanneer in een Lid-Staat de toekenning van voordelen aan ondernemingen afhankelijk is van de tewerkstelling van een minimumpercentage van nationale werknemers, worden de onderdanen van de andere Lid-Staten tot de nationale werknemers gerekend, behoudens de bepalingen van de richtlijn van de Raad van 15 oktober 1963 (1).