Art. 26 Verordening (EEG) nr. 1017/68, Horen van belanghebbenden en derden

Verordening (EEG) nr. 1017/68

1. Alvorens beschikkingen te geven op grond van de artikelen 11 , 12 , lid 3 , tweede alinea , en lid 4 , artikel 13 , lid 3 , artikel 14 , leden 2 en 3 , en de artikelen 22 en 23 , stelt de Commissie de betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen in de gelegenheid hun standpunt kenbaar te maken ter zake van de punten van bezwaar welke de Commissie in aanmerking heeft genomen .

2. Voor zover de Commissie of de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten dit noodzakelijk achten , kunnen zij ook andere natuurlijke of rechtspersonen horen . Indien natuurlijke of rechtspersonen verzoeken gehoord te worden en aannemelijk maken dat zij hierbij in voldoende mate belang hebben , moet aan dit verzoek gevolg worden gegeven .

3. Indien de Commissie voornemens is een beschikking te geven tot toepassing van artikel 5 of van artikel 6 , maakt zij het essentiële gedeelte van de overeenkomst , het besluit of de gedraging in kwestie bekend ; hierbij worden alle belanghebbende derden uitgenodigd opmerkingen kenbaar te maken binnen de door de Commissie vastgestelde termijn van ten minste één maand . Bij de bekendmaking wordt rekening gehouden met het rechtmatige belang van de ondernemingen dat hun zakengeheimen niet aan de openbaarheid worden prijsgegeven .

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen