Art. 15 Verordening (EEG) nr. 805/68

Verordening (EEG) nr. 805/68

1. Voor alle invoer in de Gemeenschap van bevroren rundvlees is een invoercertificaat vereist , dat door de Lid-Staten aan elke belanghebbende die daartoe het verzoek doet wordt afgegeven , ongeacht de plaats van zijn vestiging in de Gemeenschap .

Dit certificaat is geldig voor een invoer in de Gemeenschap welke plaatsvindt vanaf een op voorstel van de Commissie door de Raad volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag vast te stellen datum , en uiterlijk vanaf 1 augustus 1969 . Tot deze datum is dit certificaat slechts geldig voor een invoer in de Lid-Staat die het certificaat heeft afgegeven .

De afgifte van dit certificaat is afhankelijk van het stellen van een waarborg , als garantie dat zal worden voldaan aan de verplichting tot invoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat ; deze waarborg wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd , indien de invoer niet of slechts ten dele binnen deze termijn plaatsvindt .

2. De Raad kan , op voorstel van de Commissie , volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag bepalen dat ook andere produkten aan het stelsel van invoercertificaten worden onderworpen .

3. De geldigheidsduur van de invoercertificaten en de andere uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 27 ; deze bepalingen hebben met name betrekking op de vaststelling van een termijn voor de afgifte van de invoercertificaten voor bevroren vlees .