Art. 5 Richtlijn 64/433/EEG
1. Onverminderd de bevoegdheid die voortvloeit uit het bepaalde in artikel 4 , lid 3 , tweede alinea , tweede zin , kan een Lid-Staat het in de handel brengen van vers vlees op zijn grondgebied verbieden
a) indien het bij de keuring in het land van bestemming niet geschikt blijkt te zijn voor menselijke consumptie of
b) indien het bepaalde in artikel 3 niet in acht is genomen .
2. In de krachtens lid 1 genomen besluiten dient bepaald te worden dat terugzending van het verse vlees op verzoek van de afzender of van zijn lasthebber is toegestaan voor zover daar uit sanitair oogpunt geen bezwaren tegen bestaan .
3. Deze besluiten moeten ter kennis worden gebracht van de afzender of van zijn lasthebber met vermelding van de redenen . Wanneer hierom wordt verzocht , moeten deze gemotiveerde besluiten hem onverwijld schriftelijk worden medegedeeld met vermelding van de beroepsmogelijkheden die het geldende recht biedt , alsook van de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze moeten worden aangewend .
4. Wanneer deze besluiten berusten op de vaststelling van de aanwezigheid van een besmettelijke ziekte , van een afwijking die gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens of op ernstige veronachtzaming van de voorschriften van deze richtlijn , worden zij eveneens onverwijld en met vermelding van de redenen ter kennis gebracht van de bevoegde centrale autoriteit van het land van verzending .