Art. 3 Richtlijn 64/433/EEG

Richtlijn 64/433/EEG

1. Iedere Lid-Staat draagt er zorg voor dat uit zijn gebied naar het gebied van een andere Lid-Staat slechts vers vlees wordt verzonden dat , onverminderd het bepaalde in artikel 8 , voldoet aan de volgende voorwaarden :

a) het moet afkomstig zijn van dieren die in een overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , erkend en onder toezicht staand slachthuis zijn geslacht ;

b) het moet , wanneer het kleinere delen betreft dan de vierendelen , genoemd in artikel 6 , lid 1 , sub A a ) , zijn uitgesneden in een overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , erkende en onder toezicht staande uitsnijderij ;

c) het moet afkomstig zijn van een slachtdier dat , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IV van bijlage I , voor het slachten door een officiële dierenarts is gekeurd en hierbij gezond is bevonden ;

d) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk V van bijlage I , op voldoende hygiënische wijze zijn behandeld ;

e) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VI van bijlage I , na het slachten door een officiële dierenarts zijn gekeurd en geen enkele afwijking hebben vertoond , met uitzondering van verwondingen die kort voor het slachten zijn opgelopen , van plaatselijk begrensde misvormingen of afwijkingen , voor zoverre zo nodig door passend laboratoriumonderzoek wordt vastgesteld dat deze het geslachte dier en de daarbij behorende slachtafvallen niet ongeschikt maken voor menselijke consumptie of gevaarlijk voor de menselijke gezondheid .

f) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VII van bijlage I , zijn voorzien van een merk ;

g) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VIII van bijlage I , gedurende de verzending naar het land van bestemming vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat ;

h) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IX van bijlage I , na de keuring na het slachten op voldoende hygiënische wijze zijn opgeslagen in overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , erkende en onder toezicht staande slachthuizen of uitsnijderijen of in de zin van artikel 4 , lid 4 , erkende en onder toezicht staande koelhuizen ;

i) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk X van bijlage I , op voldoende hygiënische wijze naar het land van bestemming worden vervoerd .

2. Bij de in lid 1 , sub e ) , bedoelde keuring na het slachten kan de officiële dierenarts voor zuiver materiële werkzaamheden worden bijgestaan door speciaal hiertoe opgeleide assistenten .

Na raadpleging van de Lid-Staten kan de Commissie de wijze van deze bijstand bepalen .

3. Tot het intracommunautaire handelsverkeer mogen niet worden toegelaten :

a) vers vlees van mannelijke varkens en cryptorchide varkens ;

b) vers vlees dat met natuurlijke of kunstmatige kleurstoffen is bewerkt , met uitzondering van de kleurstof die in hoofdstuk VII van de bijlage I wordt voorgeschreven voor de merking ;

c) vers vlees van dieren bij welke een of andere vorm van tuberculose is vastgesteld , of een of meer levende of dode vinnen zijn geconstateerd ;

d) de delen van het geslachte dier of de slachtafvallen met de in artikel 3 , lid 1 sub e ) bedoelde verwondingen die kort voor het slachten zijn opgelopen , misvormingen of afwijkingen ;

e) bloed dat met chemische stoffen is behandeld om stolling te voorkomen .

Vorige artikelen

Volgende artikelen