Rb. Den Haag 11 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:26486

Eiser is uit Syrië gevlucht vanwege de algemene onveilige situatie aldaar en heeft in Nederland asiel aangevraagd. Hij vreest bij terugkeer slachtoffer te worden van willekeurig geweld en wijst daarbij specifiek op de spanningen tussen de Druzen en de Soennieten in ruraal Damascus. Ook vreest hij bij terugkeer te worden ontvoerd of gedood vanwege zijn verblijf in Europa. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. De minister van asiel en migratie heeft terecht geoordeeld dat eiser geen reëel risico loopt om bij terugkeer naar Syrië te worden ontvoerd vanwege eerder verblijf in Europa. De minister heeft onvoldoende onderbouwd waarom voor heel Syrië kan worden uitgegaan van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. De situatie is na de val van Assad nog steeds fragiel en diffuus is. Van een stabiele en bestendig verbeterde veiligheidssituatie is onvoldoende gebleken. De minister lijkt dat zelf ook te erkennen nu hij niet overgaat tot herbeoordeling van al verleende verblijfsvergunningen asiel. Ook heeft de minister de slechte humanitaire situatie in Syrië niet op de juiste wijze meegewogen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken