Rb. Den Haag 28 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19859

Uitspraak van de meervoudige kamer. In beroep heeft het geschil zich toegespitst op de vraag of verweerder voldoende en op juiste wijze rekening heeft gehouden met het actuele geweldsniveau en de humanitaire situatie in Jemen. In het bijzonder is aan de orde in welke mate de humanitaire situatie mee mag wegen bij de beoordeling of bescherming moet worden verleend op grond van artikel 15c Kwalificatierichtlijn. Daarnaast is aan de orde of de humanitaire situatie afdoende is betrokken bij de beoordeling of bescherming moet worden verleend op grond van artikel 3 EVRM. De rechtbank oordeelt dat verweerder in het kader van beide onderdelen onvoldoende heeft gemotiveerd dat de algemene situatie al dan niet in combinatie met de individuele omstandigheden van eiser, niet maakt dat hij voor bescherming in aanmerking komt. Het beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken