Rb. Den Haag 11 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:3804
[Jemen, Sana’a, 15c Kwalificatierichtlijn, WBV 2024/9] De rechtbank is van oordeel dat de minister voor Jemen terecht heeft aangenomen dat zich een ‘minder uitzonderlijke situatie’ voordoet en niet de ‘meest uitzonderlijke situatie’, bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Redengevend hiervoor is dat, hoewel gevechtshandelingen zich nog steeds voordoen in Jemen, als gevolg van het (de facto) bestand het aantal gevechtshandelingen sterk is afgenomen. Ook het aantal burgerslachtoffers is aanzienlijk afgenomen. Uit het ambtsbericht van september 2023 blijkt verder dat deze burgerslachtoffers hoofdzakelijk in andere provincies vielen dan de provincie Sana’a. Het aantal burgerslachtoffers in verhouding tot het totale aantal inwoners van Jemen en van de provincie Sana’a in het bijzonder is niet zo hoog dat daarom de meest uitzonderlijke situatie bestaat dat alleen al de aanwezigheid van een persoon leidt tot een reëel risico op ernstige schade. Ook blijkt uit deze informatie een aanzienlijke daling in de nieuwe conflict-gerelateerde ontheemding als gevolg van het bestand. De stijging van het aantal ontheemden in sommige provincies vindt zijn oorzaak hoofdzakelijk in klimaatgerelateerde gebeurtenissen. Hoewel de humanitaire situatie slecht is, en de economische oorlogsvoering door de strijdende partijen hieraan bijdraagt, blijkt daaruit onvoldoende dat de humanitaire omstandigheden in overwegende mate veroorzaakt worden door de handelingen van de bij het conflict betrokken partijen. Uit het ambtsbericht volgt namelijk dat stijgende voedsel- en brandstofprijzen, droogte en overstromingen hiervan de belangrijkste oorzaken waren. In het licht van deze ‘minder uitzonderlijke situatie’ heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij specifiek slachtoffer wordt van willekeurig geweld. Eiser heeft dat niet aannemelijk gemaakt met zijn verklaringen en zijn gedragingen tijdens zijn verblijf voor studie in Sana’a. Wat betreft de gestelde vrees voor rekrutering is van belang dat eiser onvoldoende heeft toegelicht waarom dit een omstandigheid betreft die een verhoogd risico geeft op willekeurig geweld. Het gaat hier immers om een vrees voor gericht geweld. De andere door eiser aangevoerde omstandigheden – zijn stamachtergrond, het ontbreken van een netwerk en het niet hebben van een woning, inkomsten of levensonderhoud – maken ook niet dat eiser meer risico loopt het slachtoffer te worden van willekeurig geweld.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 28 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19864
- Rb. Den Haag 25 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:17489
- ABRvS 14 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3175
- ABRvS 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2927
- ABRvS 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1054
- ABRvS 13 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:84
- ABRvS 10 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2502
- ABRvS 7 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:732
- ABRvS 27 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:780
- ABRvS 15 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3833
- ABRvS 13 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:365
- EHRM 28 juni 2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0628JUD000831907
- ABRvS 4 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP4320
- ABRvS 9 september 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN6705
- EHRM 17 juli 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:0717JUD002590407
- ABRvS 14 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AR3915
- ABRvS 5 december 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AL6153
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2014:39
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:472
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2023:843