ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1188
Bij besluiten van 24 mei 2019 en 31 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. De vreemdeling is een inmiddels 61-jarige vrouw uit Syrië, die verblijf als familie- of gezinslid wenst bij haar twee meerderjarige zoons, referenten. Haar zoons hebben in 2015 in Nederland een asielvergunning gekregen. Inmiddels hebben zij beiden de Nederlandse nationaliteit. Zij hebben de aanvraag om gezinshereniging namens de vreemdeling ingediend op grond van artikel 8 van het EVRM. Deze uitspraak gaat over gezinshereniging op grond van artikel 8 van het EVRM van familieleden die niet tot het kerngezin van een referent behoren. Een kerngezin bestaat uit ouders en hun minderjarige kinderen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1187
- ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1189
- EHRM 20 oktober 2022, ECLI:CE:ECHR:2022:1020JUD004634219
- ABRvS 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2006
- EHRM 2 juni 2020, ECLI:CE:ECHR:2020:0602JUD000313816
- ABRvS 4 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1003
- ABRvS 29 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:982
- EHRM 25 november 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1125DEC001014013
- EHRM 18 november 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1118JUD000504912
- EHRM 6 mei 2003, ECLI:CE:ECHR:2003:0506DEC003186202
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:1070
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:192