ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1189

Bij besluit van 17 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. De vreemdeling is een nu 58-jarige vrouw uit Syrië die verblijf wil als familie- of gezinslid bij haar nu 30-jarige zoon, referent. Referent is in 2015 uit Syrië gevlucht en heeft sinds 2018 een asielvergunning in Nederland. De vreemdeling heeft enkele medische klachten waardoor zij problemen ervaart in haar dagelijks functioneren. Zij heeft hart- en vaatziekten en diabetes, waarvoor zij periodieke controles krijgt. Verder is zij geopereerd aan haar polsen. De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat referent niet aan de vereisten in het jongvolwassenenbeleid voldoet, dat er tussen de vreemdeling en referent geen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan en dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM in hun nadeel uitvalt. Deze uitspraak gaat over gezinshereniging op grond van artikel 8 van het EVRM van een familielid dat niet tot het kerngezin van een referent behoort.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken