ABRvS 29 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2147

Bij besluit van 9 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. De vreemdeling is geboren op [geboortedatum] 1996, heeft de Turkse nationaliteit en wil bij haar vader, referent, verblijven in het kader van nareis. Referent is op 10 juli 2020 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en heeft op 5 augustus 2020 mvv-aanvragen in het kader van nareis ingediend voor de vreemdeling, haar moeder en haar zusje. De vreemdeling was toen 23 jaar oud. De staatssecretaris heeft alleen de aanvraag van de vreemdeling afgewezen. De moeder en het zusje van de vreemdeling verblijven al bij referent in Nederland. Omdat de vreemdeling ten tijde van de mvv-aanvraag 23 jaar oud was, heeft de staatssecretaris beoordeeld of zij in aanmerking komt voor nareis. De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat de vreemdeling niet aan het jongvolwassenenbeleid voldoet, omdat zij in 2014 naar een andere stad is verhuisd om te studeren. De vreemdeling voldoet volgens de staatssecretaris daarom niet aan het vereiste ‘met de ouder(s) in gezinsverband samenleven’.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken