ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1187

Bij besluit van 7 juni 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. De vreemdeling is een inmiddels 62-jarige vrouw uit Syrië. Zij verblijft momenteel in Turkije. Zij wenst verblijf als familie- of gezinslid bij haar volwassen zoon (hierna: referent) en haar twee minderjarige kleinkinderen. Deze kleinkinderen verblijven sinds mei 2018 bij haar volwassen zoon in Nederland. In deze uitspraak zal met name worden ingegaan op het verzochte verblijf van de vreemdeling bij de kleinkinderen. Tijdens de behandeling van het beroep bij de rechtbank was namelijk al niet meer in geschil dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen de vreemdeling en referent bestaat. Deze uitspraak gaat daarom over gezinshereniging op grond van artikel 8 van het EVRM van familieleden die niet tot het kerngezin van een referent behoren. Een kerngezin bestaat uit ouders en hun minderjarige kinderen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken