ABRvS 18 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3275
Bij besluit van 21 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 22 april 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij brief van 22 september 2022 heeft de staatssecretaris het besluit van 22 april 2022 nader gemotiveerd. Bij uitspraak van 27 juli 2023 heeft de rechtbank het door betrokkene tegen het besluit van 22 april 2022 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- EHRM 10 december 2024, ECLI:CE:ECHR:2024:1210JUD000447021
- ABRvS 10 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5072
- ABRvS 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4630
- EHRM 19 november 2024, ECLI:CE:ECHR:2024:1119DEC004405120
- ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1188
- ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1189
- ABRvS 16 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:758
- ABRvS 6 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:695
- ABRvS 16 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3761
- ABRvS 3 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2050
- EHRM 18 november 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1118JUD000504912
- EHRM 12 januari 2010, ECLI:CE:ECHR:2010:0112JUD004748606