ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:960
Bij onderscheiden besluiten van 18 januari 2017 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de verklaringen van appellanten dat zij het Nederlanderschap willen verkrijgen te bevestigen. De minister heeft zich in het besluit van 6 november 2017 op het standpunt gesteld dat appellanten niet in aanmerking komen voor verkrijging van het Nederlanderschap door optie krachtens artikel 6, eerste lid, aanhef en onder l, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De minister heeft daaraan ten grondslag gelegd dat niet vaststaat dat appellanten afstammen van en op rechtsgeldige wijze zijn erkend door [persoon A], naar gesteld hun biologische vader.
De uitspraak op rechtspraak.nl